"PAEPON werkt hard aan kwaliteitswaarborgen van cursussen en opleidingen", zo vertelt Paepon-directeur Anna Bakker. "Zo zijn we, in samenwerking met het ministerie, bezig om ook het arbeidsmarktrelevant cursorisch aanbod van een niveau-aanduiding te voorzien tegen de achtergrond van het europees kwalificatieraamwerk. Het moet mogelijk zijn om naast het ervaringscertificaat (EVC, informeel leren) ook bepaalde opleidingscertificaten (non-formeel leren) te erkennen waardoor leerloopbanen meer divers kunnen worden ingevuld met behoud van civiel effect."
Over het particuliere onderwijs doen veel misverstanden de ronde. Bakker zet ze in gesprek met ScienceGuide op een rijtje.
Misverstand 1: particulier onderwijs is duur en elitair
"Als het in de kranten over particulier onderwijs gaat, gaat het vaak over ouders die voor hun kind een basisschool willen opzetten. Maar het particuliere onderwijs richt zich vooral op de 25-plussers.
Vrijwel iedereen heeft te maken gehad met particulier onderwijs of krijgt ermee te maken. Zo is alle nascholing voor ambtenaren in dit land particulier. Datzelfde geldt voor heel veel postinitiële opleidingen. We geven veel cursussen voor het bedrijfsleven, bijvoorbeeld applicatiecursussen.
De branchevereniging is niet alleen voor de leden van belang. PAEPON is voor Postbus 51 de achtervang voor alles wat niet tot het bekostigd onderwijs behoort. Vragen over het niet-bekostigde onderwijs worden naar ons doorgezet. Wij merken dat die toenemen: vragen over het aanbod, maar ook over de handelwijze van instellingen en of die geoorloofd zijn, ook trouwens van bekostigde instellingen."
Misverstand 2: particulier onderwijs is tegen bekostigd onderwijs
"Het publieke belang van goed onderwijs wordt door ons niet betwist. Vraag is of goed onderwijs enkel met publieke middelen moet worden gefinancierd. Zeker met de bezuinigingen kan het geld voor onderwijs maar een keer worden uitgegeven. Maak heel helder dat er geïnvesteerd moet worden in initieel onderwijs. Voor particulier onderwijs is niets zo goed als deelnemers die een goed fundament hebben. Schooluitvallers krijg je, ook als particuliere opleider, al snel tegen je, omdat die een aversie tegen onderwijs hebben opgebouwd. Als mensen plezier hebben gehad in het funderend onderwijs, is hun plezier om later wederkerend onderwijs te volgen, veel groter.
We pleiten er wel voor dat mensen na hun 23e mensen zelf over een bepaald scholingsbudget beschikken. Laat de bekostiging dan niet meer via de instellingen lopen, maar maak het onderwijs vooral vraaggestuurd. Dan kunnen mensen zelf op zoek naar een aanbod dat geschikt is voor hen, zodat ze zich niet hoeven te voegen naar het toevallige aanbod van een instelling. Vandaar ook dat PAEPON transparante studie-informatie erg belangrijk vindt."
Misverstand 3: OCW is er alleen voor het bekostigde onderwijs
"Het rapport van Frans de Vijlder over het open bestel is weliswaar geschreven in opdracht van het ministerie van onderwijs, maar daarna in een la verdwenen. Op het rapport van Van Boxtel over Leven Lang Leren heb ik nog geen serieuze reactie gezien van OCW, evenmin op het rapport van de Onderwijsraad van deze zomer over het volwassenenonderwijs. Wel beleefde woorden natuurlijk, maar daar blijft het bij.
Het zijn allemaal rapporten waarin serieus is nagedacht hoe het Leven Lang Leren wortel kan schieten. En het is evident dat in het publieke bestel keuzes moeten worden gemaakt wil je de noodzakelijke scholing van jongeren, werkenden en werkzoekenden (ook kwalitatief) garanderen.
Ik denk af en toe dat de overheid vreselijk met het particuliere onderwijs in zijn maag zit. De Vijlder stipt in zijn rapport over het open bestel zaken aan die lastig passen bij de strategie van Plasterk, die toch uit lijkt te gaan van het idee dat de markt besmet is. Dan denk ik: kom op ministerie, je bent niet alleen ministerie van het bekostigd onderwijs, maar van het gehele onderwijs - inclusief het particuliere onderwijs. Het moet gaan om de zorg voor een goed werkend stelsel van aanbieders om aan de toenemende vraag tegemoet te komen. De overheid heeft groot belang bij een goede private infrastructuur. Zonder private investeringen en private infrastructuur haal je het OESO-gemiddelde niet."
Misverstand 4: particuliere opleiders willen zo weinig mogelijk regulering
"Het particuliere onderwijs in Nederland is een heel grote en diverse sector. Allicht dat er dan een grote bandbreedte zit tussen goed en slecht. Daar zitten ook fancy eendagsvliegen tussen. Wat wij als branchevereniging willen, is dat in dat onoverzichtelijke grote aanbod een handreiking geboden kan worden waar je op moet letten als je van een particuliere aanbieder gebruik maakt.
Wij dekken met ons ledenbestand niet het gehele aanbod af. Dat kunnen we niet en willen we niet. Leden van ons kiezen voor deze vorm van regulering met een gedragscode, branchevoorwaarden en intercollegiale toetsingen omdat zij staan voor kwaliteit en daar op aan te spreken zijn.
Daarnaast worden wij aangesproken op freeriders - de aanbieders voor wie de lidmaatschapsvoorwaarden te streng zijn. Hun bestaan kun je nooit helemaal uitsluiten. Wij stellen deze praktijken wel aan de kaak - bijvoorbeeld als het gaat om onjuiste studiekeuze-informatie.
Zo worden er namen verzonnen die niet in het CREBO of CROHO voorkomen, zoals MHBO (MBO+). Of men heeft het over het kort-hbo dat niet meer bestaat; of men spreekt over een hbo-diploma, terwijl het dan niet om een geaccrediteerde opleiding gaat; of er wordt in de brochure gemeld dat de opleiding is 'ondergebracht bij de NVAO', terwijl men bedoelt dat men een accreditatieaanvraag bij de NVAO heeft ingediend. Het gaat om formuleringen die niet verboden zijn, maar wel misleidend. Als PAEPON hebben we daar bepaalde maatstaven voor. Onze eigen leden spreken we daar zo nodig op aan en dat vinden ze niet altijd leuk.
Gaat het om niet-leden, dan kaarten wij dat aan bij inspectie, NVAO en ministerie. Die zouden overigens meer daadkracht mogen tonen als het gaat om misleidende informatie naar studenten. Dit soort signalen worden wel besproken in hun werkgroep 'slecht onderwijs,' maar verder? Daar kan veel meer gebeuren. Zelfregulering is gebaat bij duidelijke grenzen. Ik zeg wel eens tegen het ministerie: stel dat wij onze zelfregulering opgeven omdat dat lucratiever is? Volgens mij zou de overheid er dan een last bij hebben.
In 2007 hebben PAEPON en de Consumentenbond tweezijdige branchevoorwaarden opgesteld, onder auspiciën van de SER. Eerst hebben we laten inventariseren hoe het consumentenrecht in elkaar zit. Op een aantal punten moesten we zelf knopen doorhakken, zeker waar het definitiekwesties betrof. Uitgangspunt was dat we niet alleen zwarte bedingen wilden vermijden, maar ook grijze. Net naast de rand lopen vinden wij niet goed genoeg, je moet er een meter vandaan lopen.
Die exercitie leidde ook tot een zorgvuldige interne screening. Als je dat doet, kom je veel tegen. Doorgaans had dat niet te maken met onwil, maar met onwetendheid. De meesten vonden het heel plezierig te weten dat ze nu aan de voorwaarden voldoen. Ze mogen overigens aanvullende voorwaarden stellen, zolang die maar geen verslechtering voor de consument zijn.
Vervolgens is er een geschillencommissie voor het particulier onderwijs in het leven geroepen. Consumenten kunnen daar heel laagdrempelig klachten indienen tegen particuliere opleiders, nadat klagen bij de instelling niet tot een oplossing heeft geleid. Onze leden zijn gehouden uitspraken van die commissie uit te voeren. Je hoeft dan als student of klant dus geen dure advocaatskosten te betalen om naar de rechter te kunnen. Het ministerie van Economische Zaken heeft op zich genomen zoveel mogelijk branches onder het gezag van die commissie te brengen.
Misverstand 5: de kredietcrisis is een zware klap voor het particuliere onderwijs
"Vooropgesteld: als particuliere opleiders in financiële problemen komen, melden ze dat niet als eerste bij ons. Ze proberen dat zo lang mogelijk intern op te lossen. Want als ze hun problemen eenmaal aan de grote klok hangen, zullen mensen veel terughoudender worden om zich als cursist bij hen in te schrijven.
In de USA hebben veel particuliere opleiders grote last van de kredietcrisis, onder meer omdat banken weigeren studiekredieten aan studenten te verstrekken. In Nederland zie ik dat nog niet zo. Je ziet wel dat opleidingsinstituten een extra open dag organiseren. Cursisten (maar ook bedrijven) zijn terughoudender geworden, wachten wat meer af, stellen (hun) scholing om financiële redenen wat uit.
Een aantal aanbieders van inburgeringscursussen zijn het afgelopen jaar failliet gegaan. Marktwerking was daar niet de oorzaak van, zo heeft onderzoek van CapGemini uitgewezen. Voorbereidingen van gemeenten hielden geen gelijke tred met eisen van het ministerie Wonen Wijken en Integratie. Als je dan alles in gereedheid hebt gebracht om cursussen aan te bieden en er komen geen cursisten, dan hakt dat erin.
Maar er is ook groei, met name in het korte beroepsgerichte beroepsonderwijs. 80% van het UWV-aanbod bestaat uit private aanbieders. Ook de taleninstituten doet het goed. Je ziet dat mensen ook op dit moment gebaat zijn bij cursussen als Business English. Hier toont particulier onderwijs ook zijn kracht: flexibel arbeidsmarktrelevant onderwijs dat in korte tijd de arbeidsmarktpositie van werknemers versterkt."